4. Het Filosofische Taoïsme


De Ma-wang-tui versie uit 200 v.nul van de Te-Tao Ching heet niet Tao-Te Ching omdat hier het gedeelte over Te; 'de deugd' het eerste deel vormt en de hoofdstukken over Tao; 'de weg' het tweede deel. Het oude Hfd.1 is dus Hfd.38 van de Tao Te Ching:

De hoogste deugd is niet deugdzaam;
daarom heeft zij waarlijk deugd;
De laagste deugd verliest nooit het zicht op haar deugd;
daarom heeft zij geen ware deugd.

De hoogste deugd handelt niet,
toch heeft zij geen reden om zo te handelen;
De hoogste menselijkheid handelt,
toch heeft zij geen reden om zo te handelen;
De hoogste rechtschapenheid handelt,
en zij heeft haar reden om zo te handelen;
Het hoogste fatsoen handelt, en wanneer niemand hier
gehoor aan geeft, dan rolt het dreigend zijn mouwen
op en dwingt mensen te gehoorzamen.

Daarom, pas als de Tao verloren is hebben we deugd;
Pas als de deugd verloren is hebben we menselijkheid;
Pas als de menselijkheid verloren is hebben we rechtschapenheid
En pas als de rechtschapenheid verloren is hebben we fatsoen.

Wat fatsoen betreft, het is slechts de dunne rand van
trouw en oprechtheid, en het begin van wanorde.

En voorkennis is slechts de bloem van de Tao,
en het begin van dwaasheid.

Daarom, de Grote Man
Verblijft in het dikke en verblijft niet in het dunne;
Verblijft in de vrucht en verblijft niet in de bloem.

Daarom verwerpt hij dat en neemt dit.
De weg van de wijze overstijgt de tegenstellingen, hij/zij handelt niet handelend, zonder bewuste inspanning vanuit het denken.
Dit wordt Wu-wei genoemd in het Taoïsme en ook in het Zen-Boeddhisme, dat ontstaan is uit het Taoïsme en Boeddhisme in de derde en vierde eeuw na nul.
Wu-wei is handelen zonder te handelen, niet te verwarren met passief niets doen (Wen-Tzu, Hfd.124).
De wijze leeft op een spontane, vloeiende, ongekunstelde, ontspannen wijze vanuit zijn/haar natuurlijke aard, zodoende 'de weg gaande' volgt de wijze de Tao vanuit een éénheid en harmonie die boven de tegenstellingen van yin en yang, goed en slecht, mannelijk en vrouwelijk, handelen en niet-handelen en de tienduizend dingen uitgaat.

De wijze is niet gericht op het vergaren van bezit en winst en wedijvert niet (o.a. Tao-Te Ching, Hfd.7,22, Wen-Tzu Hfd.122,133).

Een hamonieuze maatschappij is alleen mogelijk indien deze door iedereen gedragen wordt (Wen-Tzu Hfd.75,79,123,171).

De Tao is echter niet te verwoorden, benoemen, te onderwijzen (o.a. Tao-Te Ching Hfd.1, Wen-Tzu Hfd.59,147) en dus niet te organiseren of af te dwingen.

Dat wat benoemd kan worden is niet de Tao, wetten en tradities zijn menselijke creaties en niet de Tao, dat wat beschreven en vastgesteld is is niet de Tao en zal op den duur bijgesteld en aangepast dienen te worden aan de veranderende kennis en situaties.
Individuen kunnen Tao zien en gestalte geven maar niet benoemen, men kan Tao overdragen maar niet ontvangen, men kan Tao bereiken maar niet zien (Tswang-Tzu,Hfd.6).
Het kennen van Tao is geen intellectuele kennis maar praktische, ongekunstelde, spontane kennis en handeling vanuit het bewegende, vloeiende, actuele moment (o.a. Wen-Tzu Hfd.64).
Tao kan alleen bereikt worden door individuën en alleen individuën die leven vanuit Tao kunnen vorm geven aan een harmonieuze samenleving.

Het Taoïsme is een 2500 jaar oude filosofie met verrassend moderne filosofische en maatschappelijke inzichten.

'Wat het spreken over tradities en het verheerlijken van de oudheid aangaat: er zijn genoeg domkoppen die zich daarmee bezighouden.
Daarom handelen de wijzen niet op grond van zinloze wetten
en luisteren ze niet naar woorden die hun gelijk niet hebben bewezen.'
Één ding mag dus duidelijk zijn, wat je in dit artikel gelezen hebt of in de Tao-Te Ching en andere Taoïstische literatuur leest heeft helemaal niets te maken met Tao.

Lees verder over T'ai Chi Ch'uan