3. Politiek en maatschappij


Het Taoïsme is sterk geworteld in de allerdaagse realiteit en houdt zich daarom ook bezig met politiek en de maatschappij.
Hoewel het Taoïsme geen eigen politiek systeem heeft levert zij commentaar op het bestaande politieke bestel zoals bijvoorbeeld in hoofdstuk 61 van de Tao-Te Ching over grote en kleine staten, waarbij de grote staat onder de kleine staat zou moeten komen.
Volgens het Taoïsme kan een samenleving pas harmonieus functioneren wanneer de staat/regering regeert op de achtergrond zonder macht uit te oefenen of het volk beschaving bij te brengen.
In de Wen-Tzu leest men:

'Voorname koningen verrijken hun volk,
despotische koningen verrijken hun grondbezittingen,
naties in gevaar verrijken hun bureaucraten.
Ordelijke naties lijken te kort te komen,
verloren naties hebben lege pakhuizen.
Daarom zegt men: 'Wanneer heersers het niet uitbuiten,
wordt het volk vanzelf rijk;
wanneer de heersers het niet manipuleren,
wordt het volk vanzelf beschaafd.'
Het Taoïsme leert niet de bestaande inrichting van de politiek en de maatschappij te veranderen, immers geen enkel systeem kan een harmonieuze samenleving tot stand brengen wanneer de Tao niet gevolgd wordt, wanneer de Tao gevolgd wordt zal de samenleving harmonieus zijn (Wen Tzu,hfd.72,91,118,125,129,136,145,150,154,174 176).
Een wijze regering die de Tao volgt verrijkt het volk en niet zichzelf (Wen Tzu,hfd.16,24,74,78), manipuleert niet, forceert niet, oefent geen druk uit (Tao-Te Ching,hfd.72,75, Wen-Tzu,hfd.19,39,84,115,165,152,171,179),
kent weinig en duidelijke wetten (Wen-Tzu, hfd.10,15,19,87,100,121,149),
heeft geen ingewikkelde bureaucratie (Wen-Tzu, hfd.168)
en is flexibel met tradities en wetgeving omdat wat voor de een goed is slecht kan zijn voor een ander, mede afhankelijk van de situatie (Wen Tzu, hfd.6,10,19,77,83,89,159-161).
De rol van een regering dient zo minimalistisch als mogelijk te zijn
(Tao-Te Ching, hfd.57, Wen-Tzu, hfd.3,11,67,82,84,122,141,149,179)
en in wezen anti-militaristisch (Tao-Te Ching,hfd.30,31,46, 57,80, Wen Tzu, hfd.32,39,70,80,90,115,137,143,167,168,177).
Niet alleen omdat je met geweld weinig zou bereiken maar ook om economische redenen:

'Wanneer je een leger van honderduizend man mobiliseert,
kost dat duizend goudstukken per dag;
op een militaire expeditie volgen altijd slechte jaren.
Daarom zijn wapens het werktuig van onheil en worden ze
door ontwikkelde mensen niet op prijs gesteld.'
Na 180 na nul zien we vanuit het latere religieuze Taoïsme in het noordelijke Sechuan een serieuze poging om een staat naar Taoïstisch model in te richten; Chang-lu, de leider van de 'Sekte van Vijf Schepel' vestigde een Taoïstistische theocratie onafhankelijk van het Han-keizerrijk en die 30 jaar zou standhouden (Palmer blz.99-100).
Onder het bestuur van Chang-lu leefden de mensen in deze tijd van dynastieke verzwakking in grotere veiligheid dan in vele andere delen van China. Chang-lu stelde zeer vriendelijke wetten in, bouwde langs wegen herbergen waar reizigers gratis konden verblijven, verbood het doden van dieren gedurende de helft van het jaar, beperkte het alcoholgebruik en stelde een rechtsstelsel in dat opmerkelijk was wat betreft zijn toegevendheid ten opzichte van misdadigers.
Chang-lu geloofde namelijk dat zij verlost konden worden.
De landbouw werd aanzienlijk verbeterd, nieuwe wegen werden aangelegd en er werden voedselwinkels voor de armen opgericht.
Al met al betekende zijn heerschappij een hele verbetering in vergelijking met de rest van China (Palmer blz.99-100).
Chang-lu was echter ook wijs, en toen het, na dertig jaar, duidelijk werd dat China op het punt stond zijn gezag te herstellen, gaf hij zich over.
Hij kon daarna de rest van zijn leven in aangename rust en voorspoed doorbrengen.
De 'Sekte van Vijf Schepel' heette zo omdat iedereen jaarlijks Vijf Schepel rijst moest betalen na geheeld te zijn. Degene die heling zocht werd gevraagd al zijn zonden en gebreken op te schrijven.
Daarna liep hij of zij met het papier boven het hoofd naar een rivier en werd daarin schoongewassen van alle gebreken en tekortkomingen, en gezuiverd van ziekte.
Chang-lu verplichte elk gezin een exemplaar van de Tao-Te Ching te bezitten en deze dagelijks te bestuderen, welke door de 'Sekte van Vijf Schepel' op 5000 karakters werd vastegesteld. De vele officiële commentaren op de Tao-Te Ching zouden Lao-Tzu echter verbaasd hebben wanneer hij deze had gelezen (Palmer blz.99-100).

Het religieus Taoïsme is een mengeling van Sjamanisme, volksgeloof en Taoïsme. Hoewel het inhoudelijk ver van het oorspronkelijke filosofische Taoïsme afstaat heeft het een belangrijke rol gespeeld in de geschiedenis en ontwikkeling van het Taoïsme in het algemeen.
Het Taoïsme heeft dus niet werkelijk een eigen politiek systeem doch accepteerd het bestaande systeem dat op een Taoïstische wijze in de praktijk gebracht zou moeten worden, waarbij de regering het volk zoveel mogelijk vanaf de achtergrond dient.

"Echte mensen weten hoe groot het zelf is en hoe klein de
wereld; ze hebben een hoge achting voor zelfheerschappij en
minachten de heerschappij over anderen. Ze laten hun harmonie
niet door zaken verstoren, ze laten hun gevoelens niet door
verlangens in verwarring brengen. Wanneer de Tao in werking
treedt verhullen ze hun naam en trekken ze zich terug, en ze
verschijnen wanneer dat niet zo is. Ze handelen zonder te for-
ceren, werken zonder te ijveren, en weten zonder te intellec-
tualiseren. Door de Tao van de hemel te koesteren en het hart
van de hemel te omhelzen, ademen ze duister en licht, ademen
ze het oude uit en ademen ze het nieuwe in. Ze sluiten zich
samen met het duister, en openen zich samen met het licht.
Ze rollen op en rollen uit samen met de vastberadenheid en
buigzaamheid, trekken zich samen en zetten zich uit samen met
duister en licht. Ze hebben dezelfde geest als de hemel,
hetzelfde lichaam als de Tao. Niets behaagt hen, niets pijnigt
hen; niets verrukt hen, niets vertoornt hen. Alle dingen zijn op
mysterieuze wijze hetzelfde; er bestaat goed noch kwaad."

Lees verder...